Tijdens een vakantie aan zee in de Algarve, krijg je vanzelf zin om Portugal beter te leren kennen. Maak een leuk rondje van ongeveer een week door de zuid-oosthoek van de Alentejo, net boven de Algarve. Een combinatie van prachtige natuur, spierwitte dorpjes en wat onverwachte, aparte bezienswaardigheden.

Alcoutim
Rij vanaf Faro via de N125 naar Castro Marim en volg vanaf daar de N122 langs de Guadiana rivier naar Alcoutim. Een prachtige rit! De Guadiana is een hele brede rivier die de grens vormt tussen Portugal en Spanje. Mooie uitzichten en je verlaat de toeristische Algarve en komt langzaamaan in de bergen. Alcoutim zelf is een schattig klein plaatsje aan de rivier, met aan de overkant een evenzo schattig Spaans dorpje. Alcoutim heeft een camperplaats waar het kan zijn dat een gemeente ambtenaar het geld komt ophalen. Maar vaak komt hij niet.

Mértola
Van Alcoutim gaat het naar Mértola. Mértola is een echt Alentejo stadje: bovenop een berg, met een kasteel, een middeleeuwse ommuurde binnenstad en een bijzondere kerk. Die kerk van Mértola is extra bijzonder omdat hij als moskee gebouwd is op de fundering van een Romeinse tempel. Drie religies in één gebouw dus. Bonus van Mértola: het heeft een idyllische gratis camperplaats aan de rivier.

Pomarão
Mértola ligt in het Guadianapark en het is leuk om daar rond te wandelen of te rijden, vogels te fotograferen en te kijken of je een lynx kan spotten. Overnacht daarna in Pomarão. Pomarão is een voormalige binnenvaarthaven waar het koper vanuit Mina de São Domingos per trein aankwam en dan overgeladen werd op binnenvaartschepen. De mijnen zijn gesloten, de kade ligt er verlaten bij en biedt dus uitstekende ruimte aan campers. Je kan in Pomarão uitstekend eten bij het restaurant van Maria.
Zit je krapper in de tijd, sla Pomarão dan over rij direct vanuit Mértola naar Mina.

Mina de São Domingos
Je treft hier een verrassend levendig mijnstadje bij een verlaten mijn: de gebouwen raken langzaamaan overwoekerd, de mijn zelf staat vol met water en is nu een gifmeer. Het is fascinerend om hier doorheen te wandelen en zelden zal je zulke bijzondere foto’s kunnen maken.

De mijn werd geëxploiteerd door een Engels bedrijf. In de zestiger jaren verdwenen de Engelsen en namen alles mee wat ze mee konden nemen, tot en met de instrumenten van de Portugese muziekgroep toe. De mijnwerkers vertrokken naar elders, maar keerden na hun pensionering begin 21e eeuw terug naar het dorp van hun jeugd. Nu zie je dus nog steeds de lange rijen kleine mijnwerkershuizen, maar vrijwel allemaal bewoond door gepensioneerde mijnwerkers. Steeds meer huizen worden opgeknapt en het dorp komt steeds meer tot leven.

Serpa
Serpa is een heerlijk stadje. Er is een 17e eeuws aquaduct dat bovenop de oudere stadsmuur is gebouwd. Het kasteel is komisch: er is net zoveel van over als van de andere kastelen hier, maar bij de laatste schermutseling met de Spanjaarden, viel er een stuk muur op de poort. Dat hebben ze tot de dag van vandaag laten liggen. Restaurant O Alentejano aan het centrale plein is een aanrader. Overnacht comfortabel op de gemeentelijke camping van Serpa.

Moura
De Moren hebben in Moura hun sporen duidelijk achter gelaten. De oudste wijk heeft het oude Arabische stratenpatroon en is een wirwar van kleine straatjes. Bijzonder is de toren waar ooit een Moorse prinses zich naar beneden stortte. Tegenwoordig staat Moura vooral bekend om de productie van olijfolie. Er is een museum aan gewijd en in diverse winkels is overheerlijke olijfolie te koop.

Rij via de N255 naar de Alquava-dam en bewonder het uitzicht en de ingenieuze dam. Sla bij het dorp Alqueva linksaf naar Pedrogão. Halverwege zit een grote wijngaard waar je Alentejo wijn kunt inslaan. Overnacht op camping Alqueva bij Pedrogão aan de Guadiana rivier.

Beja
Beja is de grootste stad op de route. Het is de regiohoofdstad en dus zitten er veel opleidingsinstituten en zijn er veel jongeren. Wandel door de binnenstad en bezoek het kasteel. Opvallend is dat veel huizen bedekt zijn met mooie tegeltjes. Een ander prachtig gebouw is het voormalige klooster dat eerder Moors aandoet dan Christelijk. In het klooster woonde vroeger een non die liefdesbrieven schreef aan een Franse cavalerieofficier. Die brieven zijn in 1669 in Frankrijk in boekvorm uitgegeven. Rij nog even een kort stukje door naar de uitstekende gemeentelijke camping van Castro Verde.

Castro Verde
Wanneer je maar één kerk wil bezoeken tijdens dit rondje, laat dat dan de basiliek van Castro Verde zijn. Een waar kunstwerkje helemaal vol met prachtige azulejos, blauwe tegeltjes, en vergulde houten altaren en beelden. Vooral de plafondschilderingen zijn erg bijzonder. Wandel daarna via de hoofdstraat naar beneden. Op driekwart van de hoofdstraat staat een gebouw dat er erg on-Portugees uitziet: Casa Dona Maria is in de jaren ‘20 van de 20e eeuw als woonhuis gebouwd door een rijke boer uit de omgeving. Bij de bouw is geëxperimenteerd met cement, wat in die tijd uiterst modern was. Alle daken en ornamenten die vanuit de verte van hout lijken, zijn van beton.
Castro Verde heeft diverse uitstekende restaurants, waaronder Castro bovenaan de hoofdstraat en Casa do Alentejo onderaan de hoofdstraat, links.
Rij vanaf Castro Verde via de N2 weer terug naar Faro. Onderweg zin om te zwemmen? Stop dan bij Fonte de Seiceira vlak voor Ameixial of bij Fonte Férrea vlak voor Alportel.
Voor een eventuele laatste overnachting is Motorhome Ecopark tussen Alportel en São Bras de Alportel een uitstekende locatie.